Een bedrijfsfunctie is een functie die voorkomt binnen jouw organisatie. Je bepaalt als werkgever wat de inhoud van de functies binnen jouw organisatie is. In dit hoofdstuk lees je eerst hoe je een bedrijfsfunctie beschrijft. Daarna krijg je uitgelegd hoe je de functie indeelt in een functiegroep.
Stap 1: Inventariseer de gewenste functie-inhoud
Voor het beschrijven van een bedrijfsfunctie kan je eventueel een referentiefunctie als uitgangspunt gebruiken. Je vindt die functies in bijlagen 1 en aanvullend in bijlage 2 van het handboek de functie-eisen en competenties behorend bij deze functies en op www.sportwerkgever.nl. Kies een referentiefunctie die het meest lijkt op de bedrijfsfunctie die je wil beschrijven en pas de tekst aan naar de situatie in jouw organisatie. Voeg bijvoorbeeld informatie toe of laat juist wat weg, maar zorg ervoor dat de bedrijfsfunctie een goed beeld geeft van de resultaten en bijdrage van de functie binnen jouw organisatie. Je kan ervoor ook NOK’s maken als een functie binnen jouw organisatie op meerdere niveaus voorkomt. Als je dat niet doet, neem dan de van toepassing zijnde NOK-informatie op in de context van jouw bedrijfsfunctie.
Maak je geen bedrijfsfunctieomschrijving? Vul dan het Functie-inventarisatieformulier in. je vindt dit formulier als bijlage 3 in het handboek.
Stap 2: Bespreek de bedrijfsfunctie met medewerkers
Heb je de bedrijfsfunctie beschreven? Bespreek deze dan met één of meer medewerkers die deze functie uitvoeren. Betrek er ook de leidinggevende bij, als die er is. Zo sluit de bedrijfsfunctie zo goed mogelijk aan bij de praktijk van de medewerker en het zorgt bovendien voor acceptatie en draagvlak bij de medewerkers. Bedenk wel dat je als werkgever bepaalt wat de inhoud is van de bedrijfsfunctie.
Stap 3: Stel de bedrijfsfunctie vast
Als je klaar bent, kan je de bedrijfsfunctie vaststellen. Laat de medewerker de beschrijving lezen en ondertekenen. Controleer regelmatig of de functiebeschrijving nog klopt met de praktijk.
Als jij en jouw medewerker het niet eens worden over de bedrijfsfunctiebeschrijving, wijs jouw medewerker dan op de bezwaar- en beroepsprocedure. Lees hier meer over in hoofdstuk 4, ‘Bezwaar en beroep’.